06 17 56 12 69 Info@mooyeenzorgminder.nl

Visuele verwerking

Home / Trajecten / Visuele verwerking

Wat is visuele verwerking?

Veel kinderen hebben tegenwoordig moeite met zien. Ze gaan dan naar de opticiën en krijgen daar te horen dat de ogen helemaal goed zijn. Hoe kan dat?

Kijken is meer dan alleen het goed kunnen zien van de ogen. Om de visuele informatie goed te kunnen verwerken is het van belang dat de spieren die vastzitten aan de oogbollen goed functioneren.

Door nog niet voldoende geïntegreerde reflexen (zie voor uitleg bij reflexintegratie) hebben de ogen en daarmee de spiertjes van de ogen nog niet voldoende kunnen oefenen in:

  • Het van dichtbij naar ver weg kunnen kijken.

Dit heeft als gevolg dat kinderen moeite kunnen hebben bij het overschrijven van bord naar blad. Ook is het goed kunnen focussen en het hebben van over-zicht moeilijker. 

  • Het van links naar rechts kijken.

Wanneer specifieke reflexen die hiervoor nodig zijn nog niet voldoende zijn geïntegreerd kunnen de ogen nog niet los functioneren van het hoofd. De ogen staan dan als het ware nog vast en gaan mee met het hoofd.

Het gevolg hiervan is dat de spiertjes nog te slap zijn en/of nog blijven staan. Ogen kunnen hierdoor wegspringen, heen en weer wiebelen, naar beneden vallen, blijven staan.

Om dat wat je ziet goed te kunnen verwerken en vertalen, is het van belang dat de ogen goed kunnen:

  • Bewegen
  • Volgen
  • Richten
  • Samenwerken

Met behulp van een eenvoudige test kan duidelijk worden of dit het geval is.

Komt tijdens de test naar voren dat er sprake is van een ernstig visueel probleem dan kan er worden doorverwezen naar de kinderarts (bij een mogelijk medische oorzaak) of naar een optoloog (bijv. wanneer er sprake lijkt te zijn van fixatie disparatie).

Symptomen

Symptomen die gekoppeld kunnen zijn aan moeite met de visuele verwerking zijn:

  • Vermoeide ogen
  • Tranende ogen
  • Dubbel zien
  • Wazig zien
  • Bewegende letters

Op school kunnen zich de volgende symptomen voordoen:

Lezen

  • Snelheid van lezen
  •  Het begrijpen van wat je leest
  •  Het overslaan van letters, woorden of regels
  •  Het herhalen van woorden en/of zinnen
  •  Het teruglopen van het leestempo
  •  Een toenemend aantal fouten terwijl je leest

Spelling

  • Het weglaten van letters bij overschrijven vanaf bord of tafelblad
  • Het dubbel noteren van letters/woorden bij het overschrijven van het bord naar blad
  • Het toevoegen van letters
  • De afname van de concentratie met fouten als gevolg

Rekenen

  • Een gebrek aan rekeninzicht
  •  Moeite hebben met (na) tekenen van geometrische figuren
  •  Het verkeerd overnemen uit het rekenboek of van het bord

Training visuele analyse

Om de ogen te trainen worden oefeningen gedaan die gekoppeld zijn aan het hele visuele systeem.

 Het gaat dan om het oefenen van:

  • De oogspieren in het volgen, richten en samenwerken
  • Het kunnen visualiseren en verwoorden
  • Het hebben van (ruimtelijk) (over)zicht
  • Het trainen van de focus, motivatie, doorzettingsvermogen

De oogtraining is tweewekelijks en duurt ongeveer een half jaar.

Wetenschappelijk onderzoek

Er is veel onderzoek gedaan naar de visuele verwerking. Toch is het goed om te beseffen dat er een verschil is in inzicht.

Een opticien kijkt naar de ogen of de ogen op een bepaalde afstand goed kunnen zien. Het doel daarvan is of iemand een bril nodig heeft.

Een oogarts kijkt of er medisch iets aan de hand is met de ogen. Bijvoorbeeld als ogen naar buiten of binnen vallen.

Een optoloog kijkt naar het hele visuele systeem. Er wordt hier vanuit een holistische manier naar het zicht gekekeken.

Een visueel screener is een verlengde van de optoloog maar doet een onderdeel. Er wordt op een holistische manier gekeken naar de ogen of ze goed kunnen volgen, richten, samenwerken. Of iemand goed kan focussen en ruimtelijk zicht heeft.

 

Berenmethode

De Berenmethode is een methode ontwikkeld door Don Meichenbaum. Veel kinderen die moeite hebben met de concentratie (aandacht en werkhouding) zijn gebaat bij deze methode. De methode gaat uit van de volgende (begin)stappen:

  • Begrijp je de instructie? M.a.w. WAT moet je doen?
  • Weet je welke stappen je moet doen? M.a.w. HOE moet je het doen?

Wanneer een kind in staat is deze stappen te verwoorden kan een kind zelfstandig aan de slag.

De Berenmethode is een handvat voor kinderen, ouders en leerkrachten en vaak een onderdeel van verschillende hulpmiddelen.

Geef me de 5

De Geef me de 5 methode is ontwikkeld door Colette de Bruin voor kinderen met een Autisme Spectrum Stoornis (ASS). De methode gaat uit van de volgende onderdelen:

  • WAT moet je doen?
  • HOE moet je het doen?
  • WANNEER (van hoelaat tot hoelaat) moet je het doen?
  • Met WIE moet je het doen?
  • WAAR moet je het doen?

Wanneer je antwoord hebt op alle stukken en daarmee alle puzzelstukken helder zijn, kan je aan de slag. Er is dan rust. Zolang er onduidelijkheid is op één van de puzzelstukken is er onrust, paniek.

De Geef me de 5 methode is toepasbaar voor eigenlijk iedereen. We hebben allemaal duidelijkheid nodig.

Bij kinderen met een vorm van autisme leg ik altijd de principes uit van de Geef me de 5 methode. Dit geeft vaak veel inzicht.

Meer informatie over de ‘Geef me de 5’ methode is te vinden op de site:

Geef me de 5 | De praktische methodiek voor omgang met mensen met autisme

Pengreep

Om goed te kunnen schrijven en een goede pengreep te hebben, heeft een kind (ondermeer) nodig om:

  • De pen goed vast te kunnen houden
  • Een goede schrijfhouding te hebben
  • Te snappen welke richting letters geschreven moeten worden

Moeite met schrijven en een goede pengreep heeft vaak te maken met nog niet voldoende geïntegreerde reflexen (zie voor meer informatie bij Reflexintegratie). Wanneer bijvoorbeeld het reflex om iets automatisch met de juiste greep te pakken nog niet voldoende is geïntegreerd gaat een kind compenseren. Het kan dan heel groot en/of slordig/ongecontroleerd gaan schrijven, met heel veel kracht, ze zitten met hun neus op de tafel of juist helemaal scheef.

Door de reflexen alsnog te integreren samen met oefeningen die thuis worden geoefend kan de handgreep en daarmee het schrijven worden verbeterd.

Als een kind nog niet goed weet wat de schrijfrichting is, bijv. het schrijft de letters achterstevoren of ondersteboven, dan heeft dit (vaak) te maken met het lateralisatie proces (zie voor meer informatie bij Lateralisatie). Tijdens het lateralisatie proces is er altijd een fase dat kinderen de ‘verkeerde’ richting op schrijven. Dit is een normale fase. Duurt deze fase echter te lang dan kan dit verschillende oorzaken hebben:

  • Er is nog niet voldoende samenwerking tussen de hersenen (zie voor meer informatie bij Lateralisatie)
  • Er is sprake van een linkeroogdominantie (zie voor meer informatie bij Leerstijl). Bij een linkeroogdominantie scannen de ogen van rechts naar links. De hersenen zien dus bijv. bij het getal 72 eerst de 2 en daarna de 7 waarna ze 27 opschrijven. Of het woord wordt van achter naar voren geschreven. Braingymoefeningen om de samenwerking van de hersenen te stimuleren zijn helpend om de hersenontwikkeling en daarmee het lateralisatie proces te stimuleren.